Motie verbetering aanstellingsprocedure wethouders (aangenomen)

 

De gemeenteraad van Woerden, in vergadering bijeen op 17 mei 2016, gehoord de beraadslagingen,
 
Constaterende dat:

1. De afgesproken procedure rondom de benoeming van wethouders in 2014 onduidelijk is;

2. Uit het onderzoek van Berenschot de aanbeveling gedaan is om de werkwijze van de commissie geloofsbrieven te heroverwegen;

3. Uit het onderzoek van Berenschot de aanbeveling gedaan is om heldere afspraken te maken over de werkwijze van het antecedentenonderzoek;

4. Het Presidium op 26 april 2016 reeds verkennend heeft gesproken over de taken en werkzaamheden van de commissie geloofsbrieven en de wenselijkheid om het Reglement van Orde aan te passen.
 
Overwegende dat:

1. Integriteit van wethouders buiten elke twijfel moet zijn verheven; 

2. Belangen die vooraf gemeld en getoetst zijn op zich geen probleem hoeven te vormen;

3. Raad en college bewust moeten zijn van eventuele belangen zodat zij daarop kunnen anticiperen.
 
Verzoekt het Presidium:

- In 2016 aan de Raad heldere procedures voor te leggen voor de commissie geloofsbrieven en het antecedentenonderzoek;

- De procedure “commissie geloofsbrieven” na vaststelling op te nemen in het Reglement van Orde van de Raad;

- De Gedragscode voor Politieke Ambtsdragers te herzien en,conform het advies van de Vereniging Nederlandse Gemeenten, te overwegen om de gedragscode te splitsen in een versie voor volksvertegenwoordigers en een versie voor dagelijks bestuurders en hierin alle relevante aspecten op te nemen,
 
en gaat over tot de orde van de dag.
 
De fractie van  ChristenUnie/SGP, Simon Brouwer Sterk Woerden, Elias Bom  

 
Bijlage 1: Aanbeveling Berenschot  Heroverweeg de werkwijze van de commissie geloofsbrieven en hetantecedentenonderzoek en maak hier heldere afspraken over Het onderzoek van de geloofsbrieven commissie en het antecedentenonderzoek zijn de enigepreventieve interventiemogelijkheden die fracties, raad en de burgemeester gezamenlijk hebben ten aanzien van de integriteit van collegeleden. Wij adviseren een dusdanige werkwijze af te spreken dat deze twee werkwijzen gezamenlijk voldoende inzicht geven in de integriteitsrisico’s voorkandidaatwethouders. Daarbij is er een groot aantal werkwijzen mogelijk. Wij geven in ieder gevalde volgende aandachtspunten mee: Buiten de kandidaat zelf dient ten minste één ander persoon inzicht te hebben in eventueleintegriteitsrisico’s. De burgemeester is de voor de hand liggende persoon. Wanneer deresultaten ook met de andere collegeleden en bijvoorbeeld fractievoorzitters worden gedeeld,neemt de transparantie toe en daarmee ook de mogelijkheid om elkaar aan te spreken.Uiteraard dient dit afgewogen te worden tegen de privacy van de kandidaat-wethouder. Het geloofsbrievenonderzoek in combinatie met het antecedentenonderzoek moeten inzichtgeven in de financiële belangen en nevenfuncties die de kandidaat wethouder heeft, in relatietot de gemeente. Dit betekent dat ook de relatie tussen de gemeente en organisaties waariemand belangen of betrekkingen heeft inzichtelijk gemaakt dient te worden. Het antecedentenonderzoek vindt bij voorkeur voorafgaand aan de benoeming plaats, enanders kort (hoogstens enkele weken) na de benoeming. Er dienen eenduidige afspraken te worden genaakt over de te volgen werkwijze. Dezeafspraken zij helder voor raad, griffie en burgemeester en zijn vastgelegd in het Reglement vanOrde. Daarbij dient zo veel als mogelijk voorkomen te worden dat deze afspraken voormeerdere uitleggen vatbaar zijn. De fractievoorzitters dienen altijd een terugkoppeling te krijgen van het uitgevoerdeantecedentenonderzoek. Zij het niet op inhoud, dan in ieder geval op proces.